Thema’s

Thema’s PensioenLab 2018-2019

1. Ik ga op reis en neem mee..

Wat is Blockchain, Big Data, Artificial Intelligence, Virtual Reality: technologie ontwikkelt zich snel en de toepassingen zijn eindeloos. Banken spelen hier steeds beter op in en ook verzekeraars lijken wakker te worden. Grote afwezigen zijn de pensioenfondsen en hun uitvoerders. Daarbij blijven de thema’s verlaging van uitvoeringskosten en het persoonlijker maken van de dienstverlening belangrijk en urgent. In deze context zijn technologie en innovatie met stip gestegen naar de top van de managementagenda’s van pensioenfondsen en -uitvoerders.

Hoe kan ‘fintech’ beter worden toegepast in de customer journey van pensioenfondsen en -uitvoerders? Waar kan de deelnemer beter geholpen worden als er gebruikt wordt gemaakt van moderne technologieën?

 

huisstijl-pensioenlab-kruisje

2. Hoera met pensioen!

 De officiële AOW-leeftijd – 66 jaar in 2018 – is voor iedereen gelijk, maar in de praktijk gaan laagopgeleide Nederlanders ruim een jaar later met pensioen dan hoogopgeleiden, bleek vorig jaar uit onderzoek van Raymond Montizaan van de Universiteit Maastricht. Dit terwijl de eersten doorgaans meer jaren hebben gewerkt, een zwaarder beroep hebben uitgeoefend en bovendien door een fors lagere (gezonde) levensverwachting korter van hun pensioen kunnen genieten.

Met een stijgende AOW leeftijd kijkt de jonge generatie op tegen nog langer doorwerken, met name in een zwaar beroep. Hoe gaan zij dat volhouden? En wat is een zwaar beroep eigenlijk? Is een flexibele AOW-leeftijd de oplossing voor de jongeren van nu?

 

huisstijl-pensioenlab-kruisje

3. Jongeren gezocht!


Het PensioenLab heeft geconstateerd dat slechts 2% van alle pensioenfondsbestuurders jonger dan 35 jaar is. Bovendien heeft 70 procent van de grootste pensioenfondsen niemand van onder de 40 in het bestuur zitten. Dit betekent dat de stem van jongeren nog veel te weinig in de boardrooms gehoord wordt. Op deze manier profiteren pensioenfondsbesturen ook niet van diversiteit in besluitvorming en vinden er dus geen veranderingen plaats die passen bij alle generaties.

Bij vacante zetels kiezen besturen vaak toch voor ervaren kandidaten, vaak uit het eigen netwerk. De gemiddelde leeftijd van pensioenfondsbestuurders is 55 jaar. Hoe brengen wij deze bestuurders in contact met de jonge generatie? Wat is er al geprobeerd om dit te realiseren? Of is een quotum misschien de oplossing?

 

huisstijl-pensioenlab-kruisje

4. OpPEPPer

Slechts 27 procent van de Europeanen tussen de 25 jaar en 59 jaar legt wat opzij voor de oude dag. Daarnaast kennen de meeste Europeanen landen ook geen collectief pensioensysteem, zoals Nederland. Mensen die stoppen met werken zijn volledig afhankelijk van de staat voor hun inkomen. Met een vergrijzingsgolf voor de deur dreigt dit voor landen onbetaalbaar te worden. De Europese Commissie maakt zich daar grote zorgen over en komt met een voorstel voor een Europese pensioenvoorziening: Europees Persoonlijk Pensioen (kortweg PEPP).

Het Europees Parlement heeft ingestemd met een voorstel voor een Europees Persoonlijk Pensioen. Het voorstel houdt in dat iedereen in de EU in de derde pijler pensioen kan opbouwen, zodat meer Europeanen geld sparen voor de oude dag. De Commissie denkt daarbij vooral aan landen waar de eerste pijler (in Nederland de AOW) en de tweede pijler (bedrijfspensioenvoorziening) nog niet goed is ontwikkeld.

Is PEPP voor Nederland interessant? Is dit in het belang van een deelnemer aan het Nederlandse pensioenstelsel? Sluit het aan bij de behoeften van jongeren?

 

huisstijl-pensioenlab-kruisje